AANWIJZING OPIUMWET PDF

Richtlijnen voor het opsporings- en strafvorderingsbeleid inzake strafbare feiten van de Opiumwet , Staatscourant (); Aanwijzing Opiumwet. References AANWIJZING OPIUMWET (). Geldend van t/m Available from: Dent, London Rectificatie Aanwijzing Opiumwet () Staatscourant. https:// elebekendmakingen. nl/ Last accessed 7 Nov.

Author: Tejar Mikasho
Country: Venezuela
Language: English (Spanish)
Genre: Love
Published (Last): 8 July 2004
Pages: 345
PDF File Size: 17.7 Mb
ePub File Size: 7.4 Mb
ISBN: 118-9-81074-968-2
Downloads: 8648
Price: Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader: Zulkikus

Deze aanwijzing heeft betrekking op de opsporing en de vervolging van personen die delicten uit de Opiumwet begaan.

– Regeling – Aanwijzing Opiumwet – BWBR

Bijzondere aandacht wordt besteed aan de bestuurlijke en strafrechtelijke aspecten van het gedoogbeleid ten aanzien van coffeeshops. Het Nederlandse drugsbeleid richt zich op het tegengaan en reduceren van drugsgebruik, zeker voor zover leidend tot gezondheids- en sociale schade, en op het voorkomen en verminderen van de maatschappelijke schade die aan het gebruik van, de productie van en de handel in drugs is verbonden. De Opiumwet is in de loop der jaren gewijzigd, vooral met betrekking tot de verboden handel en productie.

Tevens is artikel 11aOW toegevoegd dat betrekking heeft op het plegen van Opiumwetdelicten in georganiseerd verband. In november is in lijst II van de Opiumwet een groot aantal paddenstoelen die een hallucinerende werking hebben, opgenomen en is het zogeheten paddoverbod in werking getreden. Per 1 januari is het gedoogbeleid voor coffeeshops aangescherpt door de toegang tot coffeeshops te beperken tot ingezetenen van Nederland.

Daartoe zijn de in deze aanwijzing opgenomen criteria voor de beoordeling van de vraag of tegen een coffeeshop – een bij de wet verboden situatie – strafrechtelijk opgetreden dient te worden aangevuld. Uitgangspunt van het beleid is het onderscheid dat in de Opiumwet is gemaakt tussen verdovende middelen met een onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid harddrugs en andere middelen softdrugs.

De wetgever heeft dat onderscheid gemaakt met het oog op de gebruiksrisico’s van de onderscheiden drugs en om een duidelijke scheiding tussen beide markten aan te brengen.

Daartoe worden voor cannabis, dat tot de lijst-II middelen behoort, speciale verkooppunten in de vorm van coffeeshops gedoogd. De achterliggende gedachte hiervan is te voorkomen dat de cannabisgebruiker in aanraking komt met drugs met een groter gezondheidsrisico harddrugs.

In de aanwijzing is alleen in het verband van het coffeeshopbeleid en de “gebruikersruimte” sprake van gedogen van bepaalde strafbare feiten. Dit moet worden onderscheiden van een lage opsporingsprioriteit die op andere punten aan strafbare feiten wordt toegekend. De grondslag van het gedoogbeleid ligt in de afweging van belangen waarbij het belang van handhaving moet wijken voor een hoger identificeerbaar algemeen belang.

In de context van het drugsbeleid wordt dit hogere belang gevonden in de volksgezondheid scheiding der markten en de openbare orde. Het gaat dus om een positieve beslissing niet op te sporen en te vervolgen ongeacht de aanwezige capaciteit. Overeenkomstig de Opiumwet wordt onderscheid gemaakt tussen gebruikers, handelaren en grensoverschrijdende transporteurs. De strafeis wordt in hoofdzaak bepaald door de hoeveelheid verdovende middelen die onderwerp van het delict zijn en de duur van de periode gedurende welke in verdovende middelen is gehandeld.

Coffeeshops zijn alcoholvrije horecagelegenheden waar handel in en gebruik van softdrugs plaatsvindt. Coffeeshops mogen geen reclame maken affichering: Ageen harddrugs voorhanden hebben of verkopen harddrugs: Hgeen overlast veroorzaken overlast: Oniet toegankelijk zijn voor en niet verkopen aan jeugdigen jeugd: Jslechts een beperkte hoeveelheid verkopen per transactie en slechts een beperkte handelsvoorraad hebben geringe hoeveelheid: Gniet toegankelijk zijn voor en niet verkopen aan anderen dan ingezetenen van Nederland ingezetenen van Nederland: In een coffeeshop mag geen alcohol verkocht worden.

Dit uitgangspunt bevordert de handhaafbaarheid aangezien zo het te controleren segment van economische bedrijvigheid wordt versmald.

Hiermee wordt tevens bevorderd dat een beperkter publiek wordt geconfronteerd met soft drugs. De gemeente beschikt over instrumenten om de droge horeca te reguleren. In het lokale driehoeksoverleg wordt de maximale handelsvoorraad van gedoogde coffeeshops vastgesteld. Tegen een handelsvoorraad onder het maximum wordt in beginsel niet opgetreden. De voorraad zal in elk geval de gram niet te boven mogen gaan. Bij overtreding van een van de AHOJGI-criteria door een gedoogde coffeeshop blijft het voorhanden hebben en verkopen van handelsvoorraden voor risico van de coffeeshopexploitant en de coffeeshopeigenaar.

  ABRIL EN PARIS MICHAEL WALLNER PDF

Hierbij zal sprake zijn van door de Opiumwet gekwalificeerd bedrijfsmatig handelen. Het lokale bestuur stelt het coffeeshopbeleid – binnen het landelijke kader de Opiumwet en Aanwijzing Opiumwet – vast en voert de regie.

De lokale driehoek vult het beleid concreet in en stelt prioriteiten bij de dagelijkse handhaving. Een handhavingsarrangement – waarbinnen het optreden van bestuur, politie en OM op elkaar aansluit en elkaar aanvult – is daarbij onontbeerlijk en vormt de basis voor de inzet van het bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumentarium. In de lokale driehoek kan worden afgesproken dat in een gemeente in het geheel geen coffeeshops worden gedoogd, de zogenaamde nuloptie. In gemeenten die de nuloptie niet hanteren geldt een coffeeshopbeleid dat voorziet in een maximum aantal coffeeshops.

Afstemming over lokaal maatwerk vindt plaats in de lokale driehoek. In elk opiummwet zal er in dit verband afstemming plaatsvinden over het handhavingsarrangement, inclusief de handhaving van het ingezetenencriterium en de eventuele fasering daarvan, en de maatregelen die verder worden getroffen in het kader van het coffeeshopbeleid. Naast de AHOJGI-criteria kunnen gemeenten in overleg met de partners in de lokale driehoek aanvullende voorschriften formuleren waaraan gedoogde coffeeshops moeten voldoen.

Deze voorschriften vormen een onderdeel van het lokale coffeeshopbeleid en kunnen bijvoorbeeld worden opgenomen in een exploitatievergunning of een gedoogverklaring. In deze ondernemingen zal er tegen de verkoop van op lijst II vermelde hennepproducten binnen de kaders van de AHOJGI-criteria, waarover hierna in paragraaf 2. De handhaving van de gedoogcriteria ligt – zoals nu ook reeds het geval is – primair bij de burgemeester in de uitoefening van zijn sluitingsbevoegdheid ex artikel 13b van de Opiumwet.

De strafrechtelijke handhaving door het Openbaar Ministerie is het sluitstuk op de bestuurlijke handhaving door de gemeente 1. Het integrale beleid ten aanzien van coffeeshops dient ertoe om tot een evenwichtige inzet van de verschillende beheersingsinstrumenten te komen. Naast het strafrechtelijke instrumentarium is in artikel 13b OW een bestuursdwangbevoegdheid opgenomen die door de burgemeester kan worden uitgeoefend indien in woningen of lokalen dan wel op daarbij behorende erven drugs worden verkocht, verstrekt of afgeleverd.

Deze bevoegdheid kan ook worden gebruikt ten aanwojzing van coffeeshops die zich niet aan de voorwaarden houden. Axnwijzing bevoegdheid van de burgemeester doet op geen enkele wijze afbreuk aan de bevoegdheden om strafrechtelijk op te treden. In die ruimten wordt, om overlast op straat tegen te gaan, drugsverslaafden de gelegenheid geboden hun gebruikershoeveelheid drugs te nemen.

Ter plaatse zijn doorgaans hulpverleners aanwezig. Uitgangspunt voor deze gebruikersruimten is dat verstrekken of verhandelen – ook van gebruikershoeveelheden drugs – niet is toegestaan en dat daartegen wordt opgetreden. Dit ter voorkoming van een aanzuigende werking van de gebruikersruimten en andere negatieve effecten. Vanwege de diversiteit aan daders is de aanwijzing ruim gesteld. Dit maakt differentiatie mogelijk. Desalniettemin kunnen er redenen zijn om af te wijken van de aanwijzing.

De rol die een verdachte heeft in het geheel, kan daarbij een belangrijke overweging zijn. De verboden handelingen met de middelen vermeld op lijst I worden in artikel 2 en 3b: Het gaat hierbij om drie groepen strafbare feiten:. Voorts is in artikel 10a OW bepaald dat ook het voorbereiden of bevorderen van de onder 1. Bij de in- en uitvoer van hoeveelheden bestemd voor verdere verspreiding is vrijwel altijd sprake van betrokkenheid van meerdere daders in het land van herkomst en het land van bestemming.

Bij deze categorie strafbare feiten is het niet van belang of de handelingen al dan niet een geringe hoeveelheid bestemd voor eigen gebruik betreffen. De omstandigheid dat een verdachte wordt aangetroffen met een hoeveelheid middelen vermeld op lijst Igroter dan “een geringe hoeveelheid bestemd voor eigen gebruik”, levert het vermoeden op dat hij deze hoeveelheid opzettelijk aanwezig heeft teneinde er de handelingen mee te verrichten omschreven in artikel 2 onder A of B OW. In artikel 10a OW is strafbaar gesteld het voorbereiden of bevorderen van het binnen of buiten Nederland brengen en van het Vervaardigen, telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van middelen vermeld op lijst I.

  CARL HERTWECK BESSER MACHEN PDF

Indien de handelingen beschreven in paragraaf 1 betrekking hebben op een geringe hoeveelheid bestemd voor eigen gebruik, geldt een lager strafmaximum artikel 10, zesde lid, OW of is de handeling niet strafbaar artikel 10a, tweede lid, OW.

Onder een geringe hoeveelheid wordt verstaan: Hierbij kan worden gedacht aan bv. Aaneijzing het geval van een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik dient de hulpverlening aan de gebruiker voorop te staan. Contacten verslavingszorginstellingen en eventueel andere hulpverleningsinstellingen moeten in een vroeg stadium gelegd worden.

International Network of Drug Consumption Rooms

De verboden handelingen met deze middelen vermeld op lijst II worden in artikel 3 en 3b: Het gaat hierbij om twee groepen strafbare feiten:. Uit artikel 11 OW blijkt dat het strafbare feit, omschreven in artikel 3, onder A,OW ook bij een hoeveelheid van 30 gram of minder wordt aangemerkt als misdrijf. Het moet dan gaan om hennep producten. Aangezien echter, in het kader van het zogenaamde coffeeshopbeleid, een criterium voor een hoeveelheid voor eigen gebruik is ontwikkeld, kan daarmee rekening worden gehouden.

Als er sprake is van een hoeveelheid aaanwijzing 5 gram of minder, ligt toepassing van het dwangmiddel inverzekeringstelling of het vorderen van voorlopige hechtenis, niet in de rede. Deze aanwijzing gaat uit van aanwijizng situaties: Niet bedrijfsmatige teelt van een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik heeft, indien de verdachte volwassen is, geen prioriteit. Teelt door minderjarigen behoort steeds te leiden tot een strafrechtelijke reactie.

Prioriteit ligt bij de beroeps- aanwinzing bedrijfsmatige teelt.

Opiumwwt de vaststelling van hetgeen beroeps- of bedrijfsmatige teelt is, spelen de volgende factoren een rol:.

Bij een hoeveelheid van 5 planten of minder wordt in beginsel aangenomen dat er geen sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig opimuwet. Deze situatie wordt gelijk behandeld als de situatie waarin wordt geconstateerd dat sprake is van een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik.

Indien, ongeacht de hoeveelheid planten, wordt voldaan aan twee of meer punten, genoemd in de lijst indicatoren met betrekking tot de mate van professionaliteit, zoals opgenomen in bijlage 1wordt aangenomen dat er sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen.

Indien er sprake is van het telen van hennep om aanwikzing gewin te verkrijgen, wordt, ongeacht de hoeveelheid planten, aangenomen opiumeet er sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen. Het coffeeshopbeleid voorziet in vergaande regulering: Bij de beoordeling van de vraag of tegen een coffeeshop – een bij de wet verboden situatie – strafrechtelijk 3 opgetreden dient te worden, gelden de volgende criteria:. Het I-criterium geldt per 1 januari in heel Nederland 6. Gemeenten kunnen aanvullende voorschriften opnemen in het lokale coffeeshopbeleid.

Oipumwet coffeeshops die op grond van een door de gemeente afgegeven vergunning, beschikking of verklaring worden gedoogd, zal niet strafrechtelijk worden opgetreden wegens de verkoop van op lijst II van bij de Opiumwet vermelde hennepproducten, zolang de AHOJGI-criteria worden nageleefd. Daarbij geldt dat de coffeeshophouder gehouden is het op de naleving van de criteria uit te oefenen toezicht te dulden en daaraan medewerking te verlenen.

Als de gemeente – in overleg met de lokale driehoek – heeft gekozen voor de zogenoemde nuloptie, kan zonder meer strafrechtelijk worden opgetreden tegen coffeeshops die zich in de gemeente hebben gevestigd.

Het sluiten van een dergelijk bedrijfspand of woning is voorbehouden aan het lokale bestuur. De handhaving van het ingezetenencriterium geschiedt in overleg met betrokken gemeenten en zo nodig gefaseerd, zo is verwoord in de brief aan de Tweede Kamer zie noot 9.

Voor een coffeeshop moet, ingevolge het Checkpointarrest 7opiumwe zijn aan welke gedoogcriteria deze zich dient te houden.

Daarom en in verband met een eventuele gefaseerde handhaving van het ingezetenencriterium aanwijzlng het volgende uitgangspunt: Onderdeel van dit beleid is opiumqet eveneens in de driehoek afgestemde handhavingsarrangement waarin per gedoogcriterium de eventuele bestuurlijke en strafrechtelijke sancties zijn opgenomen.

De volgende twee beleidscriteria gelden ten aanzien van artikel 3b OW:.